Adventspsalm 119

Welke taal heeft de engel gesproken die tot Jozef zei: “U zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden” (Mattheüs 1:21)? Dat kan alleen Hebreeuws zijn geweest! Dat is de enige taal waarin “zalig maken” dezelfde woordstam heeft als Jezus (Yeshua). Die naam betekent: zaligheid, verlossing, redding, heil.

Een woord met dezelfde stam en betekenis en gelijkend in klank komt ook voor in Psalm 119. “Teshua”, in de HSV vertaald met “heil”. Hier zijn alle plaatsen:

Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen, HEERE,
Uw heil overeenkomstig Uw belofte.  (41)

Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil,
op Uw woord heb ik gehoopt. (81)

Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil
en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid. (123)

Het heil is ver van de goddelozen,
want zij zoeken Uw verordeningen niet. (155)

Ik hoop op Uw heil, HEERE,
en doe Uw geboden. (166)

HEERE, ik verlang naar Uw heil;
Uw wet is mijn bron van blijdschap. (174)

Het valt op dat de meeste van deze teksten spreken van een hevig verlangen naar Gods heil. Waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen, heeft de dichter vrijwel letterlijk zijn verlangen geuit naar de belichaming van Gods heil, Yeshua, Jezus! Elke keer als er staat “Uw heil”, mogen we ook lezen: “Uw Jezus”.

Verrassend genoeg is de “saaie” Psalm 119 hierdoor een prachtige adventspsalm!

Sankt Jakob - Rothenburg ob der Tauber

Dit artikel is het laatste in een serie over Psalm 119. Een overzicht van alle artikelen staat in het eerste Psalm 119 – Saaie psalm?

Een gedachte over “Adventspsalm 119”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *