Een psalm van David staat er boven Psalm 22. We mogen aannemen dat David hem opgeschreven heeft, maar we zouden hem beter ‘Een psalm van Jezus’ kunnen noemen. David kan namelijk nooit zelf meegemaakt hebben wat hier beschreven staat. Dit is een profetie.
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
Zo begint de psalm met woorden die Jezus heeft gezegd aan het kruis. Die van God verlatenheid is nooit zo waar geweest als op dat moment. (Mattheus 27:46)
We lezen verder een realistische beschrijving van de dood door kruisiging.
- De toeschouwers (v. 8). Het was een openlijke gebeurtenis.
- De overvloedige transpiratie veroorzaakt door intens lijden (vs. 15a).
- De beenderen (van de handen, armen, schouders en het bekken) zijn ontwricht (vs. 15b).
- De verzwakking van het hart (vs. 15c).
- De kracht uitgeput en extreme dorst (vs. 16a,b).
- De handen en voeten doorboord (vs. 17c).
- De naaktheid (vs. 18).
Dit is des te wonderlijker, omdat kruisiging ten tijde van het schrijven van deze psalm nog niet bestond in Israël!
Ook de beschreven omstandigheden zijn precies zoals ze vervuld zijn toen Christus gekruisigd werd.
- De eenzame kreet ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten’ (vs. 2, Mattheus 27:46).
- De toeschouwers die er mee spotten dat Hij tijdens zijn leven op God vertrouwde en nu hulpeloos is (vs. 9, Mattheus 27:43).
- Het verdelen van kleren en het loten om zijn gewaad (vs. 19, Johannes 19:24). Iemands kleren ga je pas verdelen als de bezitter dood is, of als je zeker weet dat hij straks gaat sterven.
Het gaat hier echt om iemand die sterft, niet om iemand die op het nippertje wordt gered. ‘U legt mij in het stof van de dood’ staat er in vers 16.
De wending komt in vers 22c – ‘Ja, U hebt mij verhoord!’ (In de HSV komt dit beter uit dan in de oude SV). Vanaf hier zien we Christus in Zijn opstanding en wordt de psalm een paaslied. Jezus zag welke geweldige gevolgen Zijn overwinning over de dood zou hebben.

De eerste zin na de wending is vers 23:
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven.
De eerste opdracht die Jezus gaf na Zijn opstanding, was tot Maria Magdalena: ‘Ga naar Mijn broeders en zeg tegen hen: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God‘ (Johannes 20:17). Precies zoals in Psalm 22 staat dus!
De psalm gaat verder met de gevolgen van Zijn opstanding.
U die de HEERE vreest, loof Hem;
alle nakomelingen van Jakob, vereer Hem;
wees bevreesd voor Hem, alle nakomelingen van Israël.
Het evangelie is eerst voor de Jood en dan voor de heiden (Romeinen 1:16).
Want Hij heeft de ellendige in zijn ellende
niet veracht en niet verafschuwd;
Hij heeft Zijn aangezicht niet voor hem verborgen,
maar Hij heeft gehoord, toen hij tot Hem riep.
Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente,
mijn geloften zal ik nakomen in bijzijn van wie Hem vrezen.
De zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden;
wie de HEERE zoeken, zullen Hem loven.
Uw hart zal voor eeuwig leven.
Deze laatste tekst gaat over het eeuwige leven, dat Jezus door Zijn dood en opstanding heeft bewerkt voor wie geloven (‘Uw‘ is meervoud. ‘ulieder‘ in de Statenvertaling).
Nog grotere gevolgen!
Alle einden der aarde
zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren:
alle geslachten van de heidenvolken
zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen.
Want het koningschap is van de HEERE,
Hij heerst over de heidenvolken.
Het heil is ook voor de heidenen.
Er zijn uitleggers die deze psalm niet op Jezus betrekken, maar op David zelf of op een ander mens. Die uitleggers moeten zich dan wel afvragen hoe iemand het in zijn hoofd kan halen dat zijn redding zulke grote gevolgen zal hebben!
Alle groten der aarde
zullen eten en zich neerbuigen.
Allen die in het stof neerdalen
en hun ziel niet in het leven kunnen behouden,
zullen voor Zijn aangezicht neerbukken.
Voor ‘groten’ staat letterlijk ‘vetten’ (zie de oude SV). Meestal wordt dit opgevat als de welgestelde, belangrijke mensen. Je kunt het ook lezen als ‘de mensen die op aarde tieren’. De levenden dus. ‘Die in het stof neerdalen en hun ziel niet in het leven kunnen behouden’, dat zijn de doden. Christus heeft de opstanding bewerkt. Alle levenden en alle doden zullen zich voor God neerbuigen.
Filippenzen 2:9-11 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Het nageslacht zal Hem dienen,
en aan de Heere toegeschreven worden tot in generaties.
Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid verkondigen
aan het volk dat geboren zal worden,
want Hij heeft het gedaan.
Het evangelie zal de generaties door verkondigd worden. De toekomst is aan het Koninkrijk van God!
Er zijn veel lijdens- en paasliederen, waarin over het lijden en de opstanding van Christus gezongen wordt. In psalmen zoals deze zingen we niet óver, maar mét de lijdende en opgestane Christus mee.
Maar ook andersom: Christus zingt mee met Zijn gemeente. Zo maken we met het zingen zelf de vervulling mee van vers 23 en 26: ‘In het midden van de gemeente zal ik U loven’ en ‘Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente.’
Zo zijn psalmen, voor zover ik weet, de enige liederen waarin we daadwerkelijk de eenheid met Christus ervaren. Daardoor is voor mij Psalm 22 het mooiste paaslied!
Dat iemand 3000 jaar geleden iets geschreven heeft
Wat 1000 jaar daarna gebeurd is
En dat wij dat weer 2000 jaar later zingen in de kerk.
Kun je iets wonderlijkers bedenken?
Berijming 1773 vers 13 en 16
Ik loof eerlang U in een grote schaar,
En, wat ik U beloofd’ In’t heetst gevaar,
Betaal ik, op het heilig dankaltaar,
Bij die U vrezen,
’t Zachtmoedig volk zal rijk verzadigd wezen,
Ten dis geleid.
Wie God zoekt, zal Hem prijzen.
Zo leev’ Uw hart, door ’s hemels gunstbewijzen,
In eeuwigheid!
Zij komen aan, door Godd’lijk licht geleid,
om ’t nakroost, dat den HEER wordt toebereid,
te melden ’t heil van Zijn gerechtigheid
en grote daden.



