Acht staat voor Eeuwig – Psalm `119 en meer

Acht regels, acht trefwoorden

Psalm 119 bestaat uit verzen van steeds acht regels die beginnen met dezelfde letter van het Hebreeuwse alfabet. Ook zijn er acht trefwoorden, synoniemen van “Gods Woord”, die steeds terugkomen. Daarover meer in een volgend artikel.

Waarom acht?

Eeuwig

Acht is zeven plus één. Zeven staat voor “volmaakt”. Denk aan de kandelaar met zeven armen. Ook zijn er zeven scheppingsdagen. Daardoor hebben we de weekcyclus. Met acht wordt de cirkel van zeven weer opgepakt bij het begin. Daarom staat acht voor eeuwigheid, zonder eind.

Door het gebruik van het aantal acht drukt de psalm dus uit dat Gods Woord voor eeuwig is. Dat staat ook in de psalm zelf. Precies bij het begin van de tweede helft, een soort tussentitel. Dat is vers 89:

Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.

Deze boodschap zit ook nog op een andere manier in de psalm verborgen. De term “voor eeuwig” komt precies tien keer voor! Een verwijzing naar de tien geboden.

Terug naar het begin

Het teruggaan naar het begin bij acht vinden we ook geïllustreerd in de tweede strofe (vers 9-16). De eerste en de achtste, laatste, regel gaan daar over “Uw woord“.

Psalm 119:9 Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord.
Psalm 119:16 Ik verblijd mij in Uw verordeningen, Uw woord vergeet ik niet.

Mogelijk is dit niet direct in de eerste strofe gedaan, omdat die een inleiding is op de hele psalm en omdat hij moest verwijzen naar Psalm 1.

Ons symbool voor oneindig is een liggende acht

Waar wordt het aantal acht op dezelfde manier gebruikt?

Acht Zaligsprekingen

De acht zaligsprekingen op de deur van de Domkerk van Oslo

Er zijn ook acht Zaligsprekingen van Jezus. (De “negende” is de nadere toepassing van de achtste op Jezus’ volgelingen).

Het is opvallend dat bij de eerste en achtste zaligspreking dezelfde belofte staat.

Mattheüs 5:3 Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Mattheüs 5:10 Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.

Dus de achtste zaligspreking gaat ook weer terug naar het begin om zo de eeuwigheidswaarde van deze uitspraken te laten zien.

De achthoekige Kerk van de Zaligsprekingen aan het Meer van Galilea

Acht profeten

In de Joodse indeling bestaan de Profeten uit acht boeken:

Jozua, Richteren, Samuel, Koningen
Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Twaalf Kleine Profeten

Wie de eerste vier geen profeten vindt, maar geschiedenisboeken, kan bedenken dat in al die boeken ook over profeten wordt geschreven en dat bovendien die geschiedenis is opgeschreven vanuit profetisch perspectief.

Om het zo te houden, zijn de boeken Daniel, Klaagliederen, Kronieken, etc. niet ingedeeld bij de Profeten, maar bij de Geschriften.

Acht alfabetpsalmen

In het boek Psalmen staan precies acht alfabetpsalmen (9/10, 25, 34, 37, 111, 112, 119 en 145). Ook daarover wil ik een apart artikel maken. 

Bij de afbeelding boven het artikel
Rotskoepel Jeruzalem
De Rotskoepel in Jeruzalem is gebouwd door moslims, maar is in feite een monument voor de tempel, die op dezelfde plek heeft gestaan en die mogelijk ooit weer terug zal komen. Het gebouw is achthoekig. Toen ik deze foto nam, stonden toevallig acht mannen op de trappen.

1 en 19 is 119

Welzalig Wandelen in de Wet

Welzalig”, “wandelen“, en “in de wet van de HEERE“. Daar beginnen zowel Psalm 1 als Psalm 119 mee. Dat kan geen toeval zijn!

Psalm 1:1 Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen.
…maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE

Psalm 119:1 Welzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet van de HEERE gaan.

Psalm 119 plaatst zich hiermee duidelijk in de lijn van de openingspsalm 1. Doen wat God van je wilt is het belangrijkste in het leven. Daar wordt je gelukkig van!

Woordsynoniemen

Een tweede Bijbelgedeelte waar Psalm 119 van afstamt, is Psalm 19. Immers in beide psalmen worden verschillende aspecten van Gods Woord in synoniemen na elkaar belicht. Dit zijn de enige Bijbelgedeelten waarin dat gebeurt.

Psalm 19:8-10

De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.

De dichter van Psalm 119 moet gedacht hebben: Wat mooi! Dat ga ik ook doen, maar dan veel uitgebreider. 

De drie eerste synoniemen zijn dezelfde.

Psalm 119:1-4

Welzalig zijn de oprechten van wandel,
die in de wet van de HEERE gaan.
Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen,
die Hem met heel hun hart zoeken,
die ook geen onrecht bedrijven,
maar in Zijn wegen gaan.
HEERE, Ú hebt geboden
om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen.

Wat is Toeval?

De inhoud van Psalm 119 heeft dus duidelijke connecties naar psalmen 1 en 19. Als je 1 en 19 na elkaar schrijft, krijg je natuurlijk 119. Toeval? Misschien wel, maar het kan ook opzettelijk zijn. In een volgende artikel hoop ik een ander voorbeeld te geven waaruit blijkt dat afzonderlijke psalmen weloverwogen in het boek Psalmen zijn geplaatst.

Psalm 119 – Saaie psalm?

Saai?

Mijn eerste reactie toen ik voor het eerst deze psalm bewust las, was: Wat een saai gedicht!  De schrijver komt gewoon niet verder, ondanks dat dit de langste psalm is.

Alfabetpsalmen

Die reactie was onterecht. Het is helemaal niet de bedoeling dat er een ontwikkeling in zit. Deze psalm is één van de alfabetpsalmen – de regels beginnen met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. Bij de betere vertalingen, zoals de HSV, staan die letters erbij. Aleph, Beth, Gimel, etc. Het idee van de alfabetpsalmen is om allerlei aspecten van één thema te belichten. Bij Psalm 119 kun je het thema samenvatten als: Uw Woord en ik. Deze psalm is bijzonder omdat het Hebreeuwse alfabet niet in 22 regels wordt afgelopen, maar steeds zijn er zelfs 8 regels die met dezelfde letter beginnen. Zo komen we op 176 regels, die elk weer een andere kant van het thema laten zien. Niet één is hetzelfde! De dichter heeft juist zijn best gedaan om de psalm niet te saai te maken.

In een volgend artikel hoop ik meer te schrijven over hoe knap Psalm 119 in elkaar zit.

Acrostichon

O ja, taalkundigen en leraren voelen zich ongelukkig als je hier de term “acrostichon” niet laat vallen. Voor deze mensen dus: alfabetpsalmen worden een vorm van acrostichon genoemd.

Schrijver

Wie heeft hem gemaakt? Dat staat er niet boven. Volgens een traditie was de priester Ezra de schrijver. Hij en Nehemia hadden grote liefde voor Gods woord. Er was ook tegenstand. Ook dat komt in deze psalm behoorlijk aan bod. Daniel wordt ook genoemd als mogelijke schrijver. Ook David, maar dan had het er vast wel boven gestaan. 

Berijmingen

Petrus Datheen 1566

De berijming van Petrus Datheen maakt steeds één psalmvers van twee onberijmde regels in de Bijbel. Zo zijn er 88 verzen. Hij is niet op een Nederlandse vertaling gebaseerd, maar op een Franse berijming. Dat gaf Petrus wel de gelegenheid om zijn vroomheid in de vertaling te leggen. Verder heeft hij, om snel te kunnen voldoen aan de grote behoefte aan een Calvinistische psalmberijming in de Nederlandse taal, alle verband tussen melodie en klemtoon van de tekst laten vallen. Dat maakt de verzen moeilijk zingbaar. Hij was zich daar zelf zeker van bewust: „Met grooten haast gemaakt en hem schier als een ontijdige geboorte afgedrongen“. Zijn berijming werd snel zo populair dat er geen kans meer was op betere berijmingen van andere dichters of van hemzelf.

Statenberijming 1773

Deze berijming heeft het systeem van Datheen vastgehouden: twee onberijmde regels voor één vers. Volgens het principe van deze berijming staat alles uit de onberijmde Statenvertaling erin, aangevuld met opvulling voor ritme en rijm. Die opvulling komt vaak uit een andere plaats in de Bijbel, maar soms krijgt de tekst wel een andere kleur.

Liedboek voor de Kerken 1967

De berijming van 1967 in het Liedboek voor de Kerken doet het met minder verzen, namelijk 66. De verzen van deze berijming klinken meestal heel mooi. Daarvoor moest er wel wat toegevoegd en afgedaan worden aan de oorspronkelijke tekst.

De Nieuwe Psalm Berijming 2021

Een prestatie van formaat leverden Adriaan Molenaar en Bob Vuijk voor De Nieuwe Psalm Berijming. Psalm 119 in 44 verzen en nog op alfabet ook! De eerste twee beginnen met een A, de volgende met een B enzovoort. Gelukkig telt het Nederlandse alfabet 4 letters meer dan het Hebreeuwse, zodat ze de lastige C, Q, X en Y konden laten vallen. De lijn van de psalm zit er helemaal in. In deze compacte berijming zijn natuurlijk wel allerlei details gesneuveld. 

Volgende artikelen over Psalm 119

Psalm 121 verbeterd

Psalm 121 is een heel bekende psalm. Het is wonderlijk dat nauwkeurige lezing van de Hebreeuwse tekst op een paar plaatsen tot iets anders leidt dan vrijwel alle vertalingen. De grootste handicap voor vertalers is de vorige vertaling! 

Als basis voor deze vertaling heb ik de NBV21 genomen omdat dit een heel dichterlijke vertaling is, in uitstekend Nederlands. Wijzigingen staan cursief en blauw aangegeven.

Een pelgrimslied

Ik sla mijn ogen op naar de bergen.
    Van waar komt mijn hulp?
Mijn hulp is van de HEER,
    De maker[1] van hemel en aarde!
Hij zal je voet toch[2] niet laten wankelen?
    Je wachter zal toch niet sluimeren?
Nee, Hij sluimert niet en Hij slaapt niet,
    De wachter van Israël!

De HEER is je wachter,
    De HEER is je beschermende[3] schaduw aan je rechterhand
Overdag kan de zon je niet steken,
    En bij nacht is er de maan[4].
De HEER behoedt je voor alle kwaad
    Hij waakt over je leven,
De HEER houdt de wacht over je gaan en je komen
    Van nu tot in eeuwigheid.


[1] De  vervoeging kan inhouden dat God nog steeds bezig is met maken.

[2] Hier staat in het Hebreeuws een ander woord “niet”,  dat uitdrukt “niet doen!” Het eerste deel van deze psalm bestaat uit twee keer een vragende, twijfelende, zin, gevolgd door een stevig bevestigend antwoord. Veel levendiger dan de meeste vertalingen! 

[3] Het Hebreeuwse woord voor schaduw houdt verband met beschermen.

[4] In alle bekende vertalingen is hier vertaald dat de maan je niet steekt of schade doet. Hoe, dan? Daar hebben commentators zich het hoofd over gebroken. Dat de zon kan steken is bekend, maar de maan??? Gelukkig, het staat er niet! Het woord “niet” staat in deze zin maar één keer, namelijk bij de zon. Als bedoeld was dat “niet” ook op de maan sloeg, had het daar ook gestaan. Dat is wel het geval in de derde en vierde zin, waar twee keer “niet” staat. Het idee dat de maan je kwaad zou kunnen doen (maanziek) stamt van later tijd. Bedoeld wordt gewoon dat de maan er ’s nachts is om je bij te lichten. Als in het Hebreeuws staat “de maan in de nacht”, betekent dat “de maan is er in de nacht”. De Duitse rabbi Hirsch was de eerste die dit zag.

Met dank aan degenen die deze verbeteringen hebben aangegeven! Piet van Midden met name voor opmerking [2] en Lukas de Groote voor [4].

De foto heb ik enkele jaren geleden genomen in de woestijn van Judea.

Het bange schaap van Psalm 23

Psalm 23, de Heer is mijn Herder, is vast de populairste psalm. Maar hoe gaat het als je een wantrouwig schaap bent?

De locatie is hier de Negev woestijn, waar nog steeds Bedoeïenen hun kudden laten grazen en waar David vast aan gedacht zal hebben toen hij deze psalm schreef.

  1. De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets.

Ik vertrouw het niet, deze herder kan er vast niks van!

  1. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden,

Grazige weiden? Niks van te zien! Ik zie alleen maar stenen en stof. Wat een gesjouw door deze woestijn!

Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.

Het was die herder toch gelukt om een weitje te vinden. Prima gras om in te liggen. Maar wat dacht je? Geen water! Nu zijn we weer op sjouw. “Stille wateren” zegt hij. Hij is vast nog nooit eerder hier in de Negev geweest. Hier heb je alleen droge beddingen. En als het een keer regent, kolkt het water er doorheen. Dan word je helemaal meegesleurd en verdrink je in de Dode Zee! 

  1. Hij verkwikt mijn ziel,

Hij had toch nog water gevonden. Een rustig meertje, dat gevoed werd door een watervalletje uit de rots. Maar ik ben op van de spanning! Ik was steeds doodsbang dat er een vloed zou komen in die bedding. Ik kan nog bijna niet drinken.

Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam.

Allemaal sporen hier. De herder heeft er één gekozen, maar dat kan nooit het goede zijn. Links en rechts zag ik ook sporen. Die zagen er beter uit. Deze gaat helemaal nergens naartoe. Of naar een roofdier.

  1. Al ging ik ook door een dal vol schaduw van de dood, ik zou geen kwaad vrezen, want U bent met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

Zie je wel, nu zijn we in dit enge dal terechtgekomen. Overal holen van roofdieren. En stenen waar slangen onder liggen. Ik ben nog nooit zo bang geweest! En de herder, die heeft een stok en een staf bij zich. Om mij te slaan natuurlijk!

  1. U maakt voor mij de tafel gereed voor de ogen van mijn tegenstanders;

Dat dal zijn we amper doorheen en nu gaat die domme herder ons eten geven! Op een vel dat hij heeft uitgespreid. Een “tafel” noemt hij het. Ik zie de ogen van luipaarden en wolven naar ons gluren vanuit het dal. En aan de andere kant loopt ook wat. Is het een leeuw of een beer? Ik durf niet te eten.

U zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.

Wat krijg ik nou over mijn kop? Vettig spul! De herder denkt dat het goed is tegen de zon en droogte, maar ik vind het vies! En wat hij ook nog doet, hij geeft ons drinken, maar veel te veel. De drinkbak loopt over! Wat een verspilling!

  1. Ja, goedheid en goedertierenheid zullen mij volgen al de dagen van mijn leven.

Met deze herder kan ik alleen rampspoed verwachten. Mijn hele leven.

Ik zal in het huis van de HEERE blijven tot in lengte van dagen.

Wat gebeurt er nu? We komen bij een huis! De herder zegt dat hij mij zo lief vindt dat hij mij in zijn eigen huis wil nemen. Als huisdier. Hij vindt me lief? Dat kan niet kloppen! Hij zegt het om mij te bedriegen zodat ik rustig meeloop. Want dit is het slachthuis! Straks is het met mij gedaan! Ik ren weg, ver bij deze herder vandaan!

Beetje herkenbaar?

Norá – Ontzagwekkend!

Ontdekking in de structuur van Psalm 76

Psalmen zijn nooit spontaan opgeschreven. Er is altijd over nagedacht. De woorden zijn speciaal uitgekozen, zodat ze in het Hebreeuws goed klinken. Soms ook uitgeteld, zodat bijvoorbeeld de Naam van God zeven keer voorkomt in een psalm. Of dat een kernwoord precies in het midden staat.

Onlangs kwam ik dit weer tegen toen ik in Psalm 76 dook. Ik deed dit vanwege de zin “Daar brak Hij de vurige pijlen van de boog, het schild, het zwaard en de strijd.” (Vers 4, HSV). Dat hopen we en daar bidden we om. “Raketten, tanks, geweren en de oorlog” zou je nu zeggen.

Als kernwoord van deze psalm komt in aanmerking het Hebreeuwse woord Norá (נורָא). In de HSV in vers 8 vertaald met “ontzagwekkend” en in vers 13 met “Die gevreesd is”. Dit woord omsluit dus het tweede gedeelte van de psalm. Ook wordt er op verschillende manieren de aandacht naartoe geleid.

  • Door woorden met verwante betekenis, met dezelfde stam. Yar’á (יָֽרְאָ֣ה) vreesde” in vers 9 en morá (מֹּורָֽא) Hem Die te vrezen is” in vers 12.
  • Door klankverwante woorden. Nodá’ (נֹודָ֣ע)bekend”, het eerste woord van de psalm, en door Na’oor (נָ֭אֹור)schitterend” in vers 5.

Ik ging eens woorden tellen. Vers 1, de titel, niet meegerekend. Inderdaad, norá is het middelste woord! Vers 8: Attá norá átta (אַתָּ֤ה׀ נֹ֥ורָא אַ֗תָּה) “U, ontzagwekkend bent U!Norá is zelfs aan beide kanten geflankeerd door hetzelfde woord “attá”. Echt het kernwoord dus!

Waar komt norá nog meer voor in de Bijbel? De eerste keer in de geschiedenis van Jacob bij Bethel. Na zijn wonderlijke droom zei hij: (Genesis 28:17) “Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel”. De tweede keer in het Lied van Mozes, nadat de Egyptische paarden en strijdwagens door de zee waren bedolven. (Exodus 15:11) “Wie is als U, verheerlijkt in heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen, U Die wonderen doet?

Het vers voorafgaande aan Psalm 76:8 verwijst naar beide gebeurtenissen! Psalm 76:7:

Door Uw bestraffing, o God van Jakob, vielen strijdwagen en paard in een diepe slaap.”

Het kan best dat er nog meer bijzondere verwijzingen en structuur in deze psalm te vinden zijn. Voor mij was dit voorlopig wel genoeg. Het illustreert weer hoe goed er door de psalmisten is nagedacht over de keuze en plaatsing van de psalmwoorden. De boodschap is hier: “God is ontzagwekkend!”

Wat heeft dat ons te zeggen?

Het gebed van Zacharias

Zacharias gaat staan achter het reukofferaltaar. Alleen, in de heilige hal van de tempel. Uit een vuurpan giet hij gloeiende kolen op het altaar. Hij schikt ze netjes tot een mooi rond hoopje vuur. Dan pakt hij een zakje en strooit er korrels op. De tempel wordt gevuld met de karakteristieke geur die alleen het reukoffer heeft. Zacharias had er weleens een vleug van opgevangen, maar nu staat hij vol in de wolk. Als een toevallige gast, die mag meegenieten van wat bestemd is voor God. Hij bidt.

Mijn beê, met opgeheven handen,
Klimm’ voor Uw heilig aangezicht,
Als reukwerk, voor U toegericht,
Als offers, die des avonds branden
.

Zo had zijn vader deze Psalm 141 gebeden en ook zijn grootvader. Een lange lijst van voorouders. Minstens tot vader Azarja, in de tijd toen Ezra en Nehemia de tempeldienst opnieuw regelden. Misschien nog veel langer. Had David dit gebed voor het reukoffer speciaal voor hogepriester Zadok gemaakt? Of had David opgeschreven wat al sinds Aaron werd gebeden?

Net als zijn vaderen was Zacharias begonnen met het eerste vers.

‘k Roep, HEER, in angst tot U gevloden,
Ai, haast U tot mijn hulp en red;
Hoor naar de stem van mijn gebed,
Daar ik U aanroep in mijn noden.

Hij had gedacht aan zijn eigen noden. Daar nodigt deze psalm toe uit. Zijn kinderloosheid. Voor hem en zijn vrouw Elisabeth het grote verdriet.

Uit een jarenlange gewoonte bracht hij dit in gebed. ‘Haast U tot mijn hulp’, had hij thuis altijd gebeden. Nu, op zijn meest bijzondere moment, bad hij hetzelfde, al had hij geen enkele hoop meer. ‘Het ging haar niet meer naar de wijze der vrouwen’, klonk de Schrift in hem door.

Zet, HEER, een wacht voor mijne lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
Opdat ik mij, tot genen stond,
Iets onbedachtzaams laat’ ontglippen.

Natuurlijk bad hij dit in het oud-Hebreeuws. Dat klonk voor hem en zijn tijdgenoten ongeveer zoals voor ons een oude psalmberijming. Vertrouwd en verouderd. Verheven taal met geheimen.

D’ oprechte sla mij zonder vrezen,
Ik reken zulks weldadigheid…

De rook wordt langzaam minder dicht. Plotseling ziet hij in de nevel een man, vlak bij hem, rechts naast het altaar. Hij weet niet wat hij er van moet denken. Heeft hij kwade bedoelingen? ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabeth zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven’, hoort hij de man zeggen. Deze vervolgt zijn boodschap en vertelt wat voor iemand die zoon zal zijn en wat hij gaat doen.

Eerst is Zacharias verbouwereerd, maar al snel raakt hij verontwaardigd. Hij, Zacharias van de afdeling van Abia, is de enige die hier in het Heilige van de tempel hoort te zijn! Wie is deze figuur om hier te staan en om dit soort dingen te beweren? Des te langer de man spreekt, des te meer neemt Zacharias’ scepsis toe. Ik een zoon krijgen? Een profeet zelfs? Iemand als Elia notabene! Deze fantast moet direct uit de tempel gezet worden! Toch weerhoudt iets in deze vreemdeling hem om de daad bij het woord te voegen. Als de man is uitgesproken, brengt hij alleen uit: ‘Hoe zal ik dat weten? Want ik ben oud en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen.’

Zacharias laat Jeruzalem en de tempel achter zich. Op weg naar huis. Hij kan geen woord zeggen, maar van binnen juicht hij! Hij begint zelfs te lachen. ‘Het gebed is verhoord! De HEER heeft een wacht voor mijn lippen gezet. De Oprechte heeft mij geslagen. Dan zal Hij alles laten gebeuren, zoals gezegd is!’

Dit stukje is eerder verschenen in het Protestants Kerkblad Delft in de adventstijd van 2018

Kees Visser