Psalm 119 – De goddelijkheid van Jezus

Heeft Jezus ook Psalm 119 gebruikt? Jazeker! Toen Hij zei: “De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan” (Mattheüs 24:35, Markus 13:31, Lukas 21:33), heeft Hij geduid op vers 89:

Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel

en de parallelle tekst:

Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig (Jesaja 40:8).

Door deze uitspraak zegt Jezus dus niets minder dan dat hij de HEERE zelf is! Degene die Jesaja heeft geïnspireerd en Degene tot wie Psalm 119 is gericht.

Op de sites van Got Questions, Bijbelwoord en Logos Instituut staan nog veel meer argumenten die zijn in te brengen, als moslims, Jehova’s getuigen of anderen beweren dat Jezus nooit gezegd zou hebben dat hij God is.

Christus Pantocrator (Heerser over alles) in de Kathedraal van Cefalù, Sicilie

Dit is één van een serie artikelen over Psalm 119. Voor het  overzicht, kijk hier: Psalm 119 – Saaie psalm?

Adventspsalm 119

Welke taal heeft de engel gesproken die tot Jozef zei: “U zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden” (Mattheüs 1:21)? Dat kan alleen Hebreeuws zijn geweest! Dat is de enige taal waarin “zalig maken” dezelfde woordstam heeft als Jezus (Yeshua). Die naam betekent: zaligheid, verlossing, redding, heil.

Een woord met dezelfde stam en betekenis en gelijkend in klank komt ook voor in Psalm 119. “Teshua”, in de HSV vertaald met “heil”. Hier zijn alle plaatsen:

Laat Uw blijken van goedertierenheid over mij komen, HEERE,
Uw heil overeenkomstig Uw belofte.  (41)

Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil,
op Uw woord heb ik gehoopt. (81)

Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil
en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid. (123)

Het heil is ver van de goddelozen,
want zij zoeken Uw verordeningen niet. (155)

Ik hoop op Uw heil, HEERE,
en doe Uw geboden. (166)

HEERE, ik verlang naar Uw heil;
Uw wet is mijn bron van blijdschap. (174)

Het valt op dat de meeste van deze teksten spreken van een hevig verlangen naar Gods heil. Waarschijnlijk zonder het zelf te beseffen, heeft de dichter vrijwel letterlijk zijn verlangen geuit naar de belichaming van Gods heil, Yeshua, Jezus! Elke keer als er staat “Uw heil”, mogen we ook lezen: “Uw Jezus”.

Verrassend genoeg is de “saaie” Psalm 119 hierdoor een prachtige adventspsalm!

Sankt Jakob - Rothenburg ob der Tauber

Dit artikel is het laatste in een serie over Psalm 119. Een overzicht van alle artikelen staat in het eerste Psalm 119 – Saaie psalm?

Het verloren schaap

De gelijkenis van het verloren schaap

Mattheüs 18:12-15Wat denkt u: als iemand honderd schapen heeft, en één daarvan afgedwaald is, zal hij niet de negenennegentig andere achterlaten en in de bergen het afgedwaalde gaan zoeken? En als het gebeurt dat hij het vindt, voorwaar, Ik zeg u dat hij zich daarover meer verblijdt dan over de negenennegentig die niet afgedwaald waren. Zo is het ook niet de wil van uw Vader, Die in de hemelen is, dat één van deze kleinen verloren gaat.

Verwijzing

Vaak hebben gelijkenissen van Jezus een link naar het Oude Testament. Is dat hier ook zo? Bij het onderwerp “schaap” kunnen we denken aan Psalm 23. Alleen was dat schaap niet verdwaald. Of aan Ezechiël 34, maar daar zijn er véél schapen die dwalen. Nee, één afgedwaald schaap vinden we in de laatste regel van Psalm 119 (vers 176):  

Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw dienaar, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

Deze verwijzing staat  in veel bijbeluitgaven. Ook bij de parallelle tekst in Lukas.

Vervolg

Het is leuk dat Psalm 119 dan een vervolg heeft. Als je hem hebt gelezen, kun je je afvragen hoe het de dichter is vergaan. Hij hield zo vast aan Gods geboden en bleef toch steeds in onzekerheid bidden: ‘Maak mij levend’, ‘Zoek uw dienaar’?

Doordat Jezus heeft aangehaakt aan dit gedeelte, weten we dat het helemaal goed moet zijn gekomen! Dan heeft God hem zeker gevonden en is blij geweest over Zijn teruggevonden schaap.

Psalm 119 – De Verkondiging van de Vorm

In Psalm 119 staat in bijna elke zin een synoniem voor “woord van God”. Er zijn acht van deze trefwoorden. Elk heeft zijn eigen betekenis. Hier een overzicht.

HebreeuwsHSVNBV21Uitgebreide betekenis
ThoraWetWetOnderricht. Wat God ons leert hoe we leven moeten.
MitzwaGebodGebodWat God aangeeft dat je wel of niet moet doen.
ImrahBelofteBelofteUitspraak of machtswoord van God voor ons.
EdoethGetuigenisRichtlijnWat mensen van God hebben ervaren en opgeschreven. Ook de tafels met de tien geboden.
DabarWoordWoordWat God heeft gesproken
PiqoedBevelRegelOpdracht of aanwijzing van God, zoals van een opzichter of officier.
ChoeqVerordeningWetManier die God aangeeft om iets te doen, procedure.
MishpatOordeelVoorschriftRechtsregel, uitspraak van God als rechter.

Overigens komen deze nuances in betekenis in déze psalm in hun context niet zo naar voren. Ze worden vooral gebruikt als synoniemen.

Onregelmatig en toch kloppend

Elke strofe heeft acht regels en er zijn acht trefwoorden. Dan verwacht je natuurlijk dat alle trefwoorden in elke strofe voor zullen komen, maar dat is niet zo. Er zijn strofen waar maar 7 trefwoorden in voorkomen, in andere 9. Vaak komt hetzelfde trefwoord meerdere keren voor in dezelfde strofe en ontbreken andere. Het totaal klopt wel: in de hele psalm staan 176 trefwoorden. Net zoveel als het aantal regels!

Er zijn vier strofen waarin wel alle acht van deze trefwoorden voorkomen. Vier is de helft van acht. Dat is vast niet toevallig.

Vrouwelijke en mannelijke paren

Het is nog mooier. In de tabel zijn de eerste vier Hebreeuwse woorden vrouwelijk en de volgende vier mannelijk. Je kunt paren vormen, twee vrouwelijke en twee mannelijke, die elk samen 44 keer voorkomen. In totaal 176 dus.

Thora (wet) – Imrah (belofte)
Edoeth (getuigenis) – Mitswa (gebod)
Dabar (woord) – Choeq (verordening)
Mishpat (oordeel) – Piqoed (bevel)

Uw regelmaat

Meestal komen de trefwoorden voor in de 2de persoon enkelvoud. “Uw woord“, Uw wet, Uw bevelen, etc. Dat geeft ook een regelmaat, een soort rijm. In het Hebreeuws “Devarecha, thoratecha, piqoedecha. Er zijn wel uitzonderingen. Behalve de zinnen waarin geen enkel trefwoord voorkomt, staan ze in andere niet in de 2de persoon enkelvoud.

Van de vier strofen waarin alle acht trefwoorden voorkomen, is er maar één die ook hierin helemaal regelmatig is. De tiende (jod) strofe. Dat verwijst vast naar de tien geboden! 

Psalm 119: 73-80

Uw handen hebben mij gemaakt en bereid;
geef mij inzicht, zodat ik Uw geboden leer.

Wie U vrezen, zien mij en verblijden zich,
omdat ik op Uw woord gehoopt heb.
Ik weet, HEERE, dat Uw oordelen rechtvaardig zijn
en dat U mij in Uw trouw verdrukt hebt.
Laat toch Uw goedertierenheid er zijn om mij te troosten,
overeenkomstig Uw belofte aan Uw dienaar.
Laat Uw barmhartigheid over mij komen,
dan zal ik leven, want Uw wet is mijn bron van blijdschap.
Laten de hoogmoedigen beschaamd worden, die mij neerdrukten
met leugen, maar ík overdenk Uw bevelen.
Laten zich tot mij keren wie U vrezen
en wie Uw getuigenissen kennen.
Laat mijn hart oprecht zijn in Uw verordeningen,
dan zal ik niet beschaamd worden.

De verschillende synoniemen voor "woord" zijn als kaarsjes van verschillende kleur, die op een uitgekiende manier zijn opgesteld.

De boodschap van de vorm

Zit er een boodschap in de vorm van Psalm 119? Het lijkt er wel op!

    1. Dat de strofes acht regels hebben en dat er acht synoniemen van Gods woord gebruikt worden, zegt: ‘Gods woord is voor eeuwig‘.  Uitgewerkt in dit artikel. 
    2. Dat het totaal aantal synoniemen precies evenveel is als het aantal regels, zegt: ‘Gods woord is volmaakt‘. Dat staat ook in de psalm die aan de basis ligt van Psalm 119: Psalm 19:8: De wet van de HEERE is volmaakt.
    3. Dat alleen de tiende strofe helemaal regelmatig is, zegt het nog nauwkeuriger: ‘Alleen Gods wet is hier volmaakt‘.
    4. Dat voor de rest die synoniemen onregelmatig over de verzen zijn verdeeld, zegt: ‘Het lukt mij niet om die volmaakte wet te houden‘. Deze psalm heeft immers als thema ‘Gods woord en ik’. Wij maken er een rommeltje van. Bij sommige zinnen krijg je de indruk dat de dichter denkt dat hij wel vroom is. Wie op de wanordelijke verdeling van de trefwoorden let, weet beter. Dan is de laatste regel geen verrassing. Vers 176: Ik heb gedwaald als een verloren schaap…

Voor dit artikel heb ik, naast eigen onderzoek en interpretatie, uitgebreid gebruikgemaakt van het boek Psalm 119, The Exaltation of Torah van David Noel FreedmanOp de laatste bladzijde van dit boek staat: ‘The data presented here open new avenues of investigation of Psalm 119‘.  De focus op de bijzondere vorm van de tiende strofe en de betekenis daarvan is misschien mijn bescheiden bijdrage hierin.

Commentaar is welkom.

Psalm 119 – Mijn ziel kleeft aan het stof

Psalm 119:25 Mijn ziel kleeft aan het stof;
maak mij levend overeenkomstig Uw woord.

Mijn ziel kleeft aan het stof“. Dat kan verschillende dingen betekenen. In de Psalmen kun je dan het beste die verschillende betekenissen allemaal meenemen.

Als eerste duidt het op onze sterfelijkheid. “Stof bent u en u zult tot stof terugkeren” (Genesis 3). Dan is het gebed “Maak mij levend” niet anders dan een gebed om opstanding uit de doden. Meer nog, omdat er staat “overeenkomstig Uw Woord“, is het een beamen van een belofte van God, dat dat zal gebeuren! Zoals wij de belofte kennen uit Johannes 3:16. “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

Ten tweede betekent “Mijn ziel kleeft aan het stof” dat we nog o zo vast zitten aan de stoffelijke dingen, in plaats van aan de eeuwige, die we niet zien. Dan houdt het gebed in dat God ons losmaakt van die aardse zaken. Hij doet dat ook. Als er weer eens een vlek zit op nieuwe kleren, of een kras op een nieuwe auto, dan zeg ik (met een knipoog): “Dat is de schuld van onze vaders! Want die hebben in ons bijzijn elke dag gebeden:

Doch geef, dat onze ziele niet
 aan dit vergank’lijk leven kleev’;

Maar alles doe, wat Gij gebiedt,
en eind’lijk eeuwig bij u leev’!”

Amen

Het stof van de voormalige luxe badkamer van Herodes de Grote in Massada, Israël

Psalm 119 – Eén van de acht

Hoe zou het boek Psalmen zijn samengesteld? Willekeurig? Op volgorde van binnenkomst, zoals de bundel Opwekking?

De alfabetpsalmen geven daar een blik op. Dat zijn de psalmen waarbij de regels achtereenvolgens beginnen met de letters van het Hebreeuwse alfabet. Er zijn er acht en ze komen nog in paren ook! In een vorig artikel heb ik laten zien dat het aantal acht staat voor “eeuwig”. Eeuwig geldig dus.

Cola

Alle psalmen zijn een aantal regels lang. Die regels bestaan elk uit een aantal korte zinnetjes die elkaar aanvullen. Taalkundigen noemen die zinnetjes “cola”. Vast omdat ze voor hun even belangrijk zijn als het gelijknamige drankje voor de jeugd. Een regel heeft één, meestal twee, maar soms meer van die zinnetjes. 

De Vreze des Heeren

Psalm 111 en 112 horen bij elkaar. Beide zijn een ABC van de Vreze des Heeren. Ze verschillen erin dat Psalm 111 gaat over De Heere. Waarom Hij te vrezen is en dat Psalm 112 gaat over Iemand die de Heere vreest. Wat dat uitwerkt. Beide psalmen zijn even lang. Steeds regels van één zinnetje per letter van het Hebreeuwse alfabet.

Gebed en verhoring

Psalm 25 en 34 zijn ook broertje en zusje. Psalm 25 zou je Het ABC van het gebed kunnen noemen en Psalm 34 Het ABC van de verhoring. Ook deze psalmen zijn even lang. Steeds twee zinnetjes per Hebreeuwse letter. Ze hebben ook allebei een afwijking. Er ontbreekt één letter (de waw), maar aan het eind is er een regel toegevoegd buiten het ABC. Die regel gaat over verlossing. Psalm 25:22 O God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden.
Psalm 34:23 De HEERE verlost de ziel van Zijn dienaren; allen die tot Hem de toevlucht nemen, worden niet schuldig verklaard.

Goddelozen

Dan de psalmen 9/10 en 37. Beide alfabetpsalmen hebben standaard vier zinnetjes per Hebreeuwse letter. In beide psalmen zijn de goddelozen prominent aanwezig.

In Psalm 37 vergaat het die goddelozen slecht. Het thema van 37 kun je samenvatten als De Heere zorgt dat de rechtvaardigen de toekomst hebben en dat de goddelozen vergaan.

In Psalm 9 en 10 is het nog niet zo ver. Die zijn een verhaal apart. Samen vormen ze een alfabetpsalm, maar er zijn zoveel afwijkingen dat de HSV de Hebreeuwse letters er niet eens bij heeft gezet. Psalm 9 begint netjes volgens het Hebreeuwse alfabet, maar op een moment verdwijnt de regelmaat, dan gaan er letters door elkaar en tenslotte ontbreken er enkele. We zitten dan al in Psalm 10. Deze psalm eindigt correct met de vier laatste letters. Dit alles weerspiegelt de inhoud! Lees maar. Het begint als een lofpsalm, maar op een moment komt er grote ellende, veroorzaakt door de goddelozen. Terwijl in Psalm 37 het woord “rechtvaardigen” steeds terugkomt, gaat het hier over “ellendigen”, die door de goddelozen worden verdrukt. Aan het eind gaat God optreden en komt het weer goed. De Heere verlost de ellendigen van de goddelozen, maar de goddelozen doen nog veel kwaad is een redelijke samenvatting.

Ook de breuk van het alfabet in twee psalmen stemt overeen met de gebrokenheid van de inhoud. 

Gods Woord en Gods Lof

Nu komt Psalm 119, de Grote Alfabetpsalm. Het ABC van Gods woord en ik. Steeds acht regels die beginnen met dezelfde letter en die meestal uit twee zinnetjes bestaan. Samen dus zestien zinnetjes per letter.

Dan hebben we nog Psalm 145. Het ABC van Gods lof. De meeste alfabetpsalmen hebben dus een even lang “broertje of zusje”, maar nóg zo’n grote alfabetpsalm als 119 was vast te veel van het goede. Psalm 145 heeft twee zinnetjes per letter, veel kleiner dan 119.

Evenwicht

Psalm 145 is dus geen “geschikte partner” voor 119, maar zorgt wel voor evenwicht. Alle zeven alfabetpsalmen naast 119 hebben nu namelijk bij elkaar precies evenveel (16) zinnetjes per letter van het Hebreeuwse alfabet als Psalm 119! 

Twee sixteen-packs cola dus.

Daarnaast zijn ook het totaal aantal regels, zinnetjes en lettergrepen van de zeven psalmen vrijwel gelijk aan die van 119.

Volgorde

De volgorde van de besproken paren is zeker niet toevallig. De verhoring (34) komt na het gebed (25), de overwinning (37) komt na de moeite (9,10) en de uitwerking (112) komt na de oorzaak (111). Ook loopt de omgang met God en Zijn woord (119) uit op lof aan God (145).

Zorg

Uit dit alles blijkt dat de psalmen in het boek Psalmen met veel zorg zijn uitgekozen en geplaatst!

Veel oude kerken hebben ergens een achthoekig rozet in het plafond. Hier de Kathedraal van Metz

Voor dit artikel heb ik, naast eigen onderzoek en interpretatie, uitgebreid gebruikgemaakt van het boek Psalm 119, The Exaltation of Torah van David Noel Freedman

Acht staat voor Eeuwig – Psalm `119 en meer

Acht regels, acht trefwoorden

Psalm 119 bestaat uit verzen van steeds acht regels die beginnen met dezelfde letter van het Hebreeuwse alfabet. Ook zijn er acht trefwoorden, synoniemen van “Gods Woord”, die steeds terugkomen. Daarover meer in een volgend artikel.

Waarom acht?

Eeuwig

Acht is zeven plus één. Zeven staat voor “volmaakt”. Denk aan de kandelaar met zeven armen. Ook zijn er zeven scheppingsdagen. Daardoor hebben we de weekcyclus. Met acht wordt de cirkel van zeven weer opgepakt bij het begin. Daarom staat acht voor eeuwigheid, zonder eind.

Door het gebruik van het aantal acht drukt de psalm dus uit dat Gods Woord voor eeuwig is. Dat staat ook in de psalm zelf. Precies bij het begin van de tweede helft, een soort tussentitel. Dat is vers 89:

Voor eeuwig, HEERE, staat Uw woord vast in de hemel.

Deze boodschap zit ook nog op een andere manier in de psalm verborgen. De term “voor eeuwig” komt precies tien keer voor! Een verwijzing naar de tien geboden.

Terug naar het begin

Het teruggaan naar het begin bij acht vinden we ook geïllustreerd in de tweede strofe (vers 9-16). De eerste en de achtste, laatste, regel gaan daar over “Uw woord“.

Psalm 119:9 Waarmee houdt een jongeman zijn pad zuiver? Als hij dat bewaart overeenkomstig Uw woord.
Psalm 119:16 Ik verblijd mij in Uw verordeningen, Uw woord vergeet ik niet.

Mogelijk is dit niet direct in de eerste strofe gedaan, omdat die een inleiding is op de hele psalm en omdat hij moest verwijzen naar Psalm 1.

Ons symbool voor oneindig is een liggende acht

Waar wordt het aantal acht op dezelfde manier gebruikt?

Acht Zaligsprekingen

De acht zaligsprekingen op de deur van de Domkerk van Oslo

Er zijn ook acht Zaligsprekingen van Jezus. (De “negende” is de nadere toepassing van de achtste op Jezus’ volgelingen).

Het is opvallend dat bij de eerste en achtste zaligspreking dezelfde belofte staat.

Mattheüs 5:3 Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
Mattheüs 5:10 Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.

Dus de achtste zaligspreking gaat ook weer terug naar het begin om zo de eeuwigheidswaarde van deze uitspraken te laten zien.

De achthoekige Kerk van de Zaligsprekingen aan het Meer van Galilea

Acht profeten

In de Joodse indeling bestaan de Profeten uit acht boeken:

Jozua, Richteren, Samuel, Koningen
Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Twaalf Kleine Profeten

Wie de eerste vier geen profeten vindt, maar geschiedenisboeken, kan bedenken dat in al die boeken ook over profeten wordt geschreven en dat bovendien die geschiedenis is opgeschreven vanuit profetisch perspectief.

Om het zo te houden, zijn de boeken Daniel, Klaagliederen, Kronieken, etc. niet ingedeeld bij de Profeten, maar bij de Geschriften.

Acht alfabetpsalmen

In het boek Psalmen staan precies acht alfabetpsalmen (9/10, 25, 34, 37, 111, 112, 119 en 145). Daarover meer in een apart artikel.

Bij de afbeelding boven het artikel
Rotskoepel Jeruzalem
De Rotskoepel in Jeruzalem is gebouwd door moslims, maar is in feite een monument voor de tempel, die op dezelfde plek heeft gestaan en die mogelijk ooit weer terug zal komen. Het gebouw is achthoekig. Toen ik deze foto nam, stonden toevallig acht mannen op de trappen.

1 en 19 is 119

Welzalig Wandelen in de Wet

Welzalig”, “wandelen“, en “in de wet van de HEERE“. Daar beginnen zowel Psalm 1 als Psalm 119 mee. Dat kan geen toeval zijn!

Psalm 1:1 Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen.
…maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE

Psalm 119:1 Welzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet van de HEERE gaan.

Psalm 119 plaatst zich hiermee duidelijk in de lijn van de openingspsalm 1. Doen wat God van je wilt is het belangrijkste in het leven. Daar wordt je gelukkig van!

Woordsynoniemen

Een tweede Bijbelgedeelte waar Psalm 119 van afstamt, is Psalm 19. Immers in beide psalmen worden verschillende aspecten van Gods Woord in synoniemen na elkaar belicht. Dit zijn de enige Bijbelgedeelten waarin dat gebeurt.

Psalm 19:8-10

De wet van de HEERE is volmaakt,
zij bekeert de ziel;
de getuigenis van de HEERE is betrouwbaar,
zij geeft de eenvoudige wijsheid.
De bevelen van de HEERE zijn recht,
zij verblijden het hart;
het gebod van de HEERE is zuiver,
het verlicht de ogen.
De vreze des HEEREN is rein,
zij houdt voor eeuwig stand;
de bepalingen van de HEERE zijn waarachtig,
met elkaar zijn zij rechtvaardig.

De dichter van Psalm 119 moet gedacht hebben: Wat mooi! Dat ga ik ook doen, maar dan veel uitgebreider. 

De drie eerste synoniemen zijn dezelfde.

Psalm 119:1-4

Welzalig zijn de oprechten van wandel,
die in de wet van de HEERE gaan.
Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen,
die Hem met heel hun hart zoeken,
die ook geen onrecht bedrijven,
maar in Zijn wegen gaan.
HEERE, Ú hebt geboden
om Uw bevelen ten zeerste in acht te nemen.

Wat is Toeval?

De inhoud van Psalm 119 heeft dus duidelijke connecties naar psalmen 1 en 19. Als je 1 en 19 na elkaar schrijft, krijg je natuurlijk 119. Toeval? Misschien wel, maar het kan ook opzettelijk zijn. In het artikel Eén van de acht geef ik een ander voorbeeld waaruit blijkt dat deze en andere psalmen weloverwogen in het boek Psalmen zijn geplaatst.

Psalm 119 – Saaie psalm?

Dit is het eerste artikel over Psalm 119. 

Overzicht van de volgende artikelen

Meer over de bijzondere vorm van deze psalm en de plaats tussen de andere psalmen:

Ingezoomd op de inhoud:

Saai?

Mijn eerste reactie toen ik voor het eerst deze psalm bewust las, was: Wat een saai gedicht!  De schrijver komt gewoon niet verder, ondanks dat dit de langste psalm is.

Alfabetpsalmen

Die reactie was onterecht. Het is helemaal niet de bedoeling dat er een ontwikkeling in zit. Deze psalm is één van de alfabetpsalmen – de regels beginnen met de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet. Bij de betere vertalingen, zoals de HSV, staan die letters erbij. Aleph, Beth, Gimel, etc. Het idee van de alfabetpsalmen is om allerlei aspecten van één thema te belichten. Bij Psalm 119 kun je het thema samenvatten als: Uw Woord en ik. Deze psalm is bijzonder omdat het Hebreeuwse alfabet niet in 22 regels wordt afgelopen, maar steeds zijn er zelfs 8 regels die met dezelfde letter beginnen. Zo komen we op 176 regels, die elk weer een andere kant van het thema laten zien. Niet één is hetzelfde! De dichter heeft juist zijn best gedaan om de psalm niet te saai te maken.

In een volgend artikel meer over hoe knap Psalm 119 in elkaar zit.

Acrostichon

O ja, taalkundigen en leraren voelen zich ongelukkig als je hier de term “acrostichon” niet laat vallen. Voor deze mensen dus: alfabetpsalmen worden een vorm van acrostichon genoemd.

Schrijver

Wie heeft hem gemaakt? Dat staat er niet boven. Volgens een traditie was de priester Ezra de schrijver. Hij en Nehemia hadden grote liefde voor Gods woord. Er was ook tegenstand. Ook dat komt in deze psalm behoorlijk aan bod. Daniel wordt ook genoemd als mogelijke schrijver. Ook David, maar dan had het er vast wel boven gestaan. 

Berijmingen

Petrus Datheen 1566

De berijming van Petrus Datheen maakt steeds één psalmvers van twee onberijmde regels in de Bijbel. Zo zijn er 88 verzen. Hij is niet op een Nederlandse vertaling gebaseerd, maar op een Franse berijming. Dat gaf Petrus wel de gelegenheid om zijn vroomheid in de vertaling te leggen. Verder heeft hij, om snel te kunnen voldoen aan de grote behoefte aan een Calvinistische psalmberijming in de Nederlandse taal, alle verband tussen melodie en klemtoon van de tekst laten vallen. Dat maakt de verzen moeilijk zingbaar. Hij was zich daar zelf zeker van bewust: „Met grooten haast gemaakt en hem schier als een ontijdige geboorte afgedrongen“. Zijn berijming werd snel zo populair dat betere berijmingen, van andere dichters of van hemzelf, geen kans meer hadden.

Statenberijming 1773

Deze berijming heeft het systeem van Datheen vastgehouden: twee onberijmde regels voor één vers. Volgens het principe van deze berijming staat alles uit de onberijmde Statenvertaling erin, aangevuld met opvulling voor ritme en rijm. Die opvulling komt vaak uit een andere plaats in de Bijbel, maar soms krijgt de tekst wel een andere kleur.

Liedboek voor de Kerken 1967

De berijming van 1967 in het Liedboek voor de Kerken doet het met minder verzen, namelijk 66. De verzen van deze berijming klinken meestal heel mooi. Daarvoor moest er wel wat toegevoegd en afgedaan worden aan de oorspronkelijke tekst.

De Nieuwe Psalm Berijming 2021

Een prestatie van formaat leverden Adriaan Molenaar en Bob Vuijk voor De Nieuwe Psalm Berijming. Psalm 119 in 44 verzen en nog op alfabet ook! De eerste twee beginnen met een A, de volgende met een B enzovoort. Gelukkig telt het Nederlandse alfabet 4 letters meer dan het Hebreeuwse, zodat ze de lastige C, Q, X en Y konden laten vallen. De lijn van de psalm zit er helemaal in. In deze compacte berijming zijn natuurlijk wel allerlei details gesneuveld. 

Psalm 121 verbeterd

Psalm 121 is een heel bekende psalm. Het is wonderlijk dat nauwkeurige lezing van de Hebreeuwse tekst op een paar plaatsen tot iets anders leidt dan vrijwel alle vertalingen. De grootste handicap voor vertalers is de vorige vertaling! 

Als basis voor deze vertaling heb ik de NBV21 genomen omdat dit een heel dichterlijke vertaling is, in uitstekend Nederlands. Wijzigingen staan cursief en blauw aangegeven.

Een pelgrimslied

Ik sla mijn ogen op naar de bergen.
    Van waar komt mijn hulp?
Mijn hulp is van de HEER,
    De maker[1] van hemel en aarde!
Hij zal je voet toch[2] niet laten wankelen?
    Je wachter zal toch niet sluimeren?
Nee, Hij sluimert niet en Hij slaapt niet,
    De wachter van Israël!

De HEER is je wachter,
    De HEER is je beschermende[3] schaduw aan je rechterhand
Overdag kan de zon je niet steken,
    En bij nacht is er de maan[4].
De HEER behoedt je voor alle kwaad
    Hij waakt over je leven,
De HEER houdt de wacht over je gaan en je komen
    Van nu tot in eeuwigheid.


[1] De  vervoeging kan inhouden dat God nog steeds bezig is met maken.

[2] Hier staat in het Hebreeuws een ander woord “niet”,  dat uitdrukt “niet doen!” Het eerste deel van deze psalm bestaat uit twee keer een vragende, twijfelende, zin, gevolgd door een stevig bevestigend antwoord. Veel levendiger dan de meeste vertalingen! 

[3] Het Hebreeuwse woord voor schaduw houdt verband met beschermen.

[4] In alle bekende vertalingen is hier vertaald dat de maan je niet steekt of schade doet. Hoe, dan? Daar hebben commentators zich het hoofd over gebroken. Dat de zon kan steken is bekend, maar de maan??? Gelukkig, het staat er niet! Het woord “niet” staat in deze zin maar één keer, namelijk bij de zon. Als bedoeld was dat “niet” ook op de maan sloeg, had het daar ook gestaan. Dat is wel het geval in de derde en vierde zin, waar twee keer “niet” staat. Het idee dat de maan je kwaad zou kunnen doen (maanziek) stamt van later tijd. Bedoeld wordt gewoon dat de maan er ’s nachts is om je bij te lichten. Als in het Hebreeuws staat “de maan in de nacht”, betekent dat “de maan is er in de nacht”. De Duitse rabbi Hirsch was de eerste die dit zag.

Met dank aan degenen die deze verbeteringen hebben aangegeven! Piet van Midden met name voor opmerking [2] en Lukas de Groote voor [4].

De foto heb ik enkele jaren geleden genomen in de woestijn van Judea.