Inleiding
Het verhaal van de ontmoeting van Jezus en Nathanaël in Johannes 1:44-52 heeft me al lang beziggehouden. Je voelt gewoon dat Jezus via de Schrift Nathanaël op het juiste spoor wist te brengen. Daardoor kwam hij op de uitspraak “U bent de Zoon van God, U bent de Koning van Israël!”.
Ik heb geen Bijbelcommentaar kunnen vinden wat uitlegt hoe dit in zijn werk ging. Eén commentaar vond de uitspraak gewoon overdreven. Nu ben ik er weer ingedoken en ben op het volgende gekomen.
Het Verhaal
Nathanaël is bijzonder sceptisch als zijn vriend Filippus hem opgewonden vertelt dat hij de Messias heeft gevonden. Ene Jezus uit Nazareth, notabene. Een gehucht in de bergen waar nooit iets gebeurt. Filippus was helemaal onder de indruk. Hij was zojuist leerling geworden van deze onbekende rabbi. “Kom zelf maar kijken!”, zegt hij. Dat is op zich niet lastig, want Jezus bevindt zich net als Nathanaël en Filippus in een grote groep pelgrims uit Galilea, die bezig is om terug te keren van een feest in Jeruzalem.
Een Israëliet zonder bedrog
Jezus ziet Nathanaël naar Zich toe komen, en zegt: “Kijk, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is”.
“Dit is taal uit de Schrift. Die Jezus is wel een echte rabbi!”, denkt Nathanaël. “Hij doet ook of hij mij kent. Wat zit daarachter?” Eerst bedenken naar welke tekst hij refereert. Een “Israëliet” en “geen bedrog”. Dat komt uit de profeet Zefanja:
Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen en geen leugen spreken, en in hun mond zal niet gevonden worden een tong die bedriegt. Ja, zij zullen weiden en neerliggen, en niemand zal hun schrik aanjagen.? (3:13).
“Dat is duidelijk! Maar hoezo betrekt hij het op mij?” Vandaar de logische vraag: “Vanwaar kent U mij?”
De vijgenboom
Jezus antwoordt: “Voordat Filippus u riep, toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u.”
Dat klopt! Nathanaël is hoogst verbaasd. De vijgenboom is de plaats waar hij regelmatig tijd met God neemt, net als veel andere vrome Israëlieten. Daar had hij pas zijn zonden beleden en gebeden om de komst van de Messias.
Hij kent ook de Schriftplaatsen waarin “onder de vijgenboom” voorkomt. Dat zijn er twee.
Micha 4:4 Maar zij zullen zitten, ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom, niemand zal ze schrik aanjagen, want de mond van de HEERE van de legermachten heeft het gesproken.
Zacharia 3:10 Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen.
Op die dag, spreekt de HEERE van de legermachten, zal ieder zijn naaste uitnodigen onder de wijnstok en onder de vijgenboom.
Beide gaan over het komende rijk van de Messias. Wat een overeenkomsten en bevestiging van de tekst uit Zefanja! In die van Micha staat ook niemand zal ze schrik aanjagen.
Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen uit Zacharia, dat staat dan weer in het vervolg van Zefanja. Twee teksten verder!
Zefanja 3:15 De HEERE heeft uw ongerechtigheden weggenomen (Zo staat het in de Septuaginta),
Dan gaat het verder:
Hij heeft uw vijand weggevaagd. De Koning van Israël, de HEERE, is in uw midden: u zult geen kwaad meer zien.
Nathanaël trekt zijn conclusie: Deze Jezus heeft mij echt gezien onder de vijgenboom en Hij kent de Schrift beter dan ik bij wie dan ook heb meegemaakt. Dan is Hij dus zelf die Koning van Israël! De Zoon van God, zoals in Psalm 2 staat: Mijn Zoon zijt Gij, ik heb u heden verwekt. Hij roept uit:
“Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de Koning van Israël!”
Jacob
Jezus reageert daarop door te zeggen: Omdat Ik tegen u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft u. U zult grotere dingen zien dan deze. En Hij vervolgt: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u allen: Van nu af zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.
Dat verwijst naar Genesis 28:12
Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder geplaatst, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag.
Daar had Nathanaël nog niet aan gedacht! Dat slaat op aartsvader Jacob, die ook bekend staat als Israël! De naam Jacob betekent “volger”, maar Ezau interpreteerde het met een woordspeling als “bedrieger”. In Jacobs mond wás ook bedrog geweest toen hij zijn vader had bedrogen. Nu is Nathanaël een Israëliet, in wie geen bedrog is. En die ladder, waarop de engelen opklimmen en neerdalen. Dat is Jezus zelf. Hij is de middelaar tussen hemel en aarde. Degene die zuivert van bedrog.
Slotopmerking
Wij zijn het gewend dat Jezus “Voorwaar, voorwaar, ik zeg u” zegt. “Amen, amen”, staat er letterlijk. Eigenlijk is dat heel vreemd. Het woord “amen” werd en wordt gebruikt om instemming te betuigen met wat er zojuist gezegd is. Door iemand anders, of ook door jezelf. Dat je er helemaal achter staat. Vooraf “amen” zeggen, doen we niet, want je kunt altijd in je woorden struikelen. Alleen iemand die 100% zeker weet dat hij het juiste gaat zeggen, kan vooraf “amen” zeggen. Iemand die Goddelijk is, dus.
Volgende puzzel
In het volgende hoofdstuk 2, de Bruiloft in Kana, staat een misschien nog wel boeiender Schriftraadsel. Lees hier
