Job verklaart zichzelf

Dubbelzinnige sleuteltekst

Nadat God heeft gesproken, lezen we de reactie van Job in vers 42:6. HSV:

 Daarom veracht ik mijzelf en ik heb berouw, in stof en as.

Op deze manier is deze tekst eeuwenlang vertaald. Toch is dat problematisch. Hoe valt het volgende vers daarmee te rijmen? De HEERE zegt:

Mijn toorn is ontbrand tegen u en tegen uw twee vrienden, want u hebt niet juist over Mij gesproken, zoals Mijn dienaar Job.

Hoe kan het zijn dat Job juist over God heeft gesproken? Hij heeft toch net zelf gezegd dat hij daar berouw van heeft!

Wetenschappers

Het commentaar van de Jewish Study Bible (2004, Oxford University Press Inc.) is:

As Job’s final comment, this verse would seem to be key to understanding the book as a whole. The Hebrew of the text, unlike the rest of Job, is not difficult, but is very ambiguous.

‘Als laatste opmerking van Job lijkt dit vers de sleutel te zijn tot begrip van het boek als geheel. Het Hebreeuws van de tekst is, in tegenstelling tot de rest van Job, niet moeilijk, maar wel zeer dubbelzinnig.’

De laatste tientallen jaren hebben verschillende bijbelwetenschappers zich over deze tekst gebogen. Bijvoorbeeld

    • Dr. Matthijs de Jong, hoofd Bijbelvertalen bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap – Job 42:6 – Job eindigt zijn rouw, maar zonder berouw (Artikel helaas tegenwoordig achter een betaalmuur).
    • Hans Debel, docent KU Leuven. (Artikel helaas verwijderd van site NGB. Je kunt het lezen als je een exemplaar van het tijdschrift Ezra koopt. Een samenvatting is nog wel te zien).

Deze onderzoeken hebben geleid tot een andere vertaling in de NBV21:

Daarom zal ik verder zwijgen, nu vind ik troost voor mijn kommervol bestaan.

Gratis

De wetenschappers willen dus geld hebben voor hun resultaten. Ik zal hier een poging doen om de tekst gratis te te laten verklaren. En wel door Job zelf!

Hoezo dubbelzinnig?

De Jewish Study Bible noemt de tekst dus dubbelzinnig. Hier een overzichtje van de verschillende betekenissen die de woorden in Job 42:6 kunnen hebben.

In de grondtekst staat er

עַל־כֵּ֭ן אֶמְאַ֣ס וְנִחַ֑מְתִּי עַל־עָפָ֥ר וָאֵֽפֶר׃  (voor wie Hebreeuws Grieks is: doe maar net of deze vreemde tekens er niet staan).

עַל־כֵּ֭ן   al-keen – Daarom (dit is niet dubbelzinnig)

    1. אֶמְאַ֣ס  em-as                            – Ik verwerp/versmaad/veracht/negeer
    2. וְנִחַ֑מְתִּי nachamti                    – en ik heb spijt/ ben getroost
    3. עַל־עָפָ֥ר וָאֵֽפֶר   al afar waefer – over/om/boven/op stof en as

Inderdaad verwarrend. Nader toegelicht:

    1. Het idee achter dit woord is dat je ergens geen aandacht aan besteedt.
      • Met emotie heet dat ‘verachten’ of ‘verafschuwen’.
      • Zonder emotie heet dat ‘verwerpen’, ‘negeren’, ‘laten vallen’.
    2. Het idee achter dit woord is dat je van gedachten verandert.
      • Als dat gedachten van verdriet waren, dan heet dat ‘getroost’
      • Als het een plan was, dan heet dat ‘spijt’
      • Was het een verkeerd plan, dan heet dat ‘berouw’.
    3. Het probleem bij de woorden ‘stof en as’ is, waar ze op slaan.
      • De ‘as’ waarin Job is gaan zitten (Job 2:8)?
      • Een teken van verdriet? ‘Zij scheurde hun kleren en ze strooiden stof over hun hoofden’. (Job 2:12 e.a.)?
      • Jobs armzalig bestaan in vergelijking met God (Gen 18:27 – Abraham: ‘hoewel ik stof en as ben’)?
      • Nog wat anders? 

Luister naar Job zelf

Wat is nu de juiste vertaling? Welke van de betekenissen moeten we kiezen?

Volgens mij is het antwoord: ‘Luister naar Job zelf!’ Kijk hoe Job deze woorden eerder heeft gebruikt en in welk verband. Zo hebben ook de oorspronkelijke lezers het moeten doen. Die hadden geen woordenboeken, concordanties of computerprogramma’s die de Bijbel doorzoeken. Wat ze wel hadden, was een goed geheugen. Daarmee werd de betekenis duidelijk.

Wat heeft Job eerder gezegd?

Daarom gaan we die dubbelzinnige woorden zoeken in wat voorafgaat.

Nummer 1 – אֶמְאַ֣ס          em-as.

Dit woord komt in deze vorm in het boek Job nog twee keer voor. De laatste keer in de laatste rede van Job.

Job 31:13 Als ik het recht van mijn slaaf of van mijn slavin versmaad heb, wanneer zij een geschil met mij hadden (HSV)

Job betoogt dat hij zo rechtvaardig was dat, zelfs als een slaaf of slavin een geschil met hem had, hij dat niet negeerde, maar serieus oppakte. Als Job in 42:6 dit woord gebruikt, bedoelt hij hetzelfde. Het geschil dat hij had met God, versmaad hij nu. Met andere woorden, hij trekt zijn aanklacht in.

Nummer 2 – ְנִחַ֑מְתִּי         nachamti

Dit werkwoord komt in het boek 7(!) keer voor. Gesproken door Job zelf en door de verteller. Alle keren betekent het ‘troost’. Dit is de zesde keer. De laatste vinden we in 42:11:

Al zijn broers en al zijn zusters en allen die hem vroeger gekend hadden, kwamen bij hem en gebruikten de maaltijd met hem in zijn huis. Zij betuigden hem hun medeleven en vertroostten hem over al het onheil dat de HEERE over hem gebracht had.

Zo te zien is het vreemd dat veel vertalingen alleen bij onze tekst voor ‘berouw’ hebben gekozen.

Nummer 3 – עַל־עָפָ֥ר וָאֵֽפֶר           al afar waefer

In deze vorm komen deze woorden maar één keer voor. Ook in de laatste rede van Job.

Job 30:19 Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden aan stof en as. (HSV)

Met ‘stof en as’ bedoelt Job dus de ellendige staat, waarin God hem heeft gebracht.

Vertaling

Alles bij elkaar kom ik, aan de hand van de uitspraken van Job, op een vertaling als

Daarom trek ik mijn aanklacht in en ben ik getroost over de ellende die God mij heeft laten doormaken.

Dat zit dus dicht bij de NBV21 vertaling.

Juist!

Dus inderdaad heeft Job juist van God gesproken. Job beschuldigde God ervan dat Hij hem onrechtvaardig behandelde. En hij had gelijk! God hád hem onrechtvaardig behandeld. Nu heeft God tot hem gesproken. De strekking van Gods woorden is dat Zijn daden Jobs verstand ver te boven gaan. Dat geldt ook voor de reden van die onrechtvaardige behandeling.

Job heeft dus geen berouw van zijn woorden en doet ook geen boete. God heeft hem wel op andere gedachten gebracht, maar hem niet veroordeeld.

Over de vorige zin

Ik héb U horen spreken, en nu heb ik gezien wie U bent (NBV21).

binnenkort meer.

Een nieuw begin

Nu Job dit beseft, stopt hij met God aan te klagen. Ondanks de rampen die hem zijn overkomen, is God niet zijn vijand. Daardoor is hij getroost en is hij klaar voor een nieuw begin.

Persoonlijk

Toen, nu meer dan 35 jaar geleden, een jongere broer van me is overleden, had ik het daar natuurlijk erg moeilijk mee. Ook ik kreeg toen troost door de gedachte dat je, na alle rommel van ziekte, slechte mensen of domme pech, uiteindelijk toch terechtkomt bij een liefdevol God.

Over de drie vervelende vrome vrienden en ook over de mysterieuze Elihu misschien een volgend artikel. 

Mijn Vader kan alles!

In zowel Mattheüs, Marcus als Lucas vinden we direct na elkaar de stukjes “Jezus zegent de kinderen” en “De rijke jongeman”. Dat is geen toeval. Ze horen bij elkaar.

Het contrast tussen “ontvangen als een kind” en “er iets voor willen doen” springt eruit.

Jezus zegent de kinderen / De rijke jongeman

Lucas 18:15. En zij brachten ook de jonge kinderen bij Hem, opdat Hij die zou aanraken. En toen de discipelen dat zagen, bestraften ze hen. 16. Jezus echter riep die kinderen tot Zich en zei: Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet, want voor wie is zoals zij is het Koninkrijk van God. 17. Voorwaar zeg Ik u: Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal daarin beslist niet binnengaan.

18. En een leidinggevende vroeg Hem en zei: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 19. En Jezus zei tegen hem: Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God. 20. U kent de geboden: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis afleggen, eer uw vader en uw moeder. 21. En hij zei: Al deze dingen heb ik in acht genomen vanaf mijn jeugd. 22. Maar toen Jezus dit hoorde, zei Hij tegen hem: Nog één ding ontbreekt u: Verkoop al wat u hebt en deel het uit onder de armen en u zult een schat hebben in de hemel. En kom dan en volg Mij. 23. Maar toen hij dit hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was erg rijk. 24. Toen nu Jezus zag dat hij diep bedroefd was geworden, zei Hij: Hoe moeilijk kunnen zij die rijkdommen hebben, het Koninkrijk van God binnengaan. 25. Want het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat. 26. En zij die dit hoorden, zeiden: Wie kan dan zalig worden? 27. Hij echter zei: De dingen die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. (HSV)

Eén is Go(e)d

Wat bedoelt Jezus met “Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed behalve Eén, namelijk God?” (vers 19) 

De eerste reactie van mij, en van sommige anderen, op deze tekst was: ‘Hè, zegt Jezus hier nou dat hij niet Goddelijk is?’. Dat is echter onlogisch. Lucas en de andere evangelisten geloofden dat Hij dat wel was. Dus hadden dat niet zo opgeschreven. Het had ook geïmpliceerd dat Jezus van zichzelf zegt dat Hij niet echt goed is.

Veel verklaarders zien het precies andersom. Dat Jezus hiermee juist wel wilde aangeven dat hij zelf Goddelijk is. “Als ik echt goed ben, dan moet ik Goddelijk zijn.” Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat Jezus zo de aandacht op zichzelf vestigde. Dan had evangelist vast ook het Griekse ἐμὲ (eme, mij met nadruk) gebruikt, in plaats van het gewone με (me). 

Nee, Hij vestigde zo direct de aandacht op God! Dit met het doel dat de persoon die met de vraag kwam het ook bij God, de enige goede, zou zoeken.

De oudste handschriften van Mattheus hebben een wat andere versie: “Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven. Hij antwoordde: ‘Waarom vraagt u me naar het goede? Er is maar één die goed is.'” (Mattheus 19:16, NBV21). Voor de evangelieschrijvers was het minder belangrijk wat de man precies gezegd heeft, dan dat Jezus daar een aanleiding in vond om op God te wijzen.

Het Koninkrijk van God

In dit Bijbelgedeelte vinden we drie uitdrukkingen die hetzelfde bedoelen. 

    • het eeuwige leven beërven
    • zalig/gered worden
    • het Koninkrijk van God binnengaan

De rijke man gebruikt de eerste, de discipelen de tweede. Beide zijn op de persoon zelf gericht. Jezus zegt daarentegen consequent “het Koninkrijk van God binnengaan”. Hij denkt aan zijn Hemelse Vader. Net als bij “Alleen God is goed“.

Geloven als een kind

De zin “De dingen die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God” valt te parafraseren als “Mijn Vader kan alles!”. Zo kunnen we ”Niemand is goed behalve Eén, namelijk God” parafraseren als “Mijn Vader is de beste!

Jezus geloofde zelf als een kind!

Het raadsel van de bruiloft in Kana

Johannes 1:1-12

Net discipel van Jezus en nu al gast op de bruiloft van een familielid. Vreemd? Helemaal niet! Elke goede rabbi nam zijn leerlingen mee naar zijn privézaken. Zo konden ze leren hoe hij reageerde in alle omstandigheden. Hij had ze laten kennismaken met zijn moeder Maria, een vrouw waarvan je kon merken dat ze veel meer wist dan dat ze sprak.

Terwijl ze gezellig met elkaar zaten te praten, kwam ineens Maria op Jezus af. “Ze hebben geen wijn meer” fluisterde ze, toch hard genoeg dat de discipelen het hoorden. Wat Jezus toen zei, verbaasde hen hevig: “Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen”. Hoe kon hij zo grof met zijn moeder omgaan? Moesten ze hier een voorbeeld aan nemen?

Inderdaad had iedere andere vrouw zich afgewezen gevoeld, op haar nummer gezet. Maria niet! Zij leefde met de Schrift. Zij en haar zoon communiceerden vaak via Bijbelteksten. Wat ervoor en erna kwam, daar ging het om. Het was een raadsel met één oplossing.

“Vrouw, wat heb ik met u te doen…” De zin “wat heb ik met u te doen” staat enkele keren in de Schrift. Maar één keer is een vrouw erbij betrokken. Daar staat deze zin tussen twee grote wonderen! “Wat heb ik met u te doen, man Gods” *, had de weduwe van Zarfath gezegd toen haar zoon was gestorven. Elia had hem daarna opgewekt. Toch schrikt Maria even erg. Zou nu haar eigen zoon sterven? Nee, “Mijn uur is nog niet gekomen”, had Jezus toegevoegd. Dan ging het dus om het wonder vóór de geciteerde zin. Toen had Elia gezorgd dat het meel in de pot van de weduwe en de olie in haar kruik niet opraakten. Dat was net zo’n situatie als nu! De boodschap was duidelijk: Jezus zou het tekort aan wijn gaan verhelpen! Maar die weduwe van Elia had wel precies moeten doen wat hij tegen haar zei. Eigenlijk een wonder dat ze dat had gedaan in haar situatie. En de bedienden nu dan, zouden die Jezus gehoorzamen? Maria wist wat haar te doen stond. Ze liep naar hen toe en zei: “Wat Hij ook tegen u zal zeggen, doe het“. De mannen keken haar vreemd aan. Waar had ze het over?

Zes stenen watervaten. Bron: Israël Museum, Jeruzalem

Toen Jezus even later naar hen toekwam en zei dat ze de zes watervaten moesten vullen, gaven twee dingen voor hen de doorslag dat ze hem gehoorzaamden. De beslistheid waarmee de moeder van Jezus hun had aangesproken en de woorden die ze gebruikt had. Dat waren dezelfde woorden als die de Farao had gesproken over Jozef toen het graan op was (Gen. 41:55). Ook de bedienden kenden de Schrift. 

Lees de Toelichting bij dit verhaal.

Das erste Zeichen Christus that. Da er Wasser in Wein verkehrt hat. Ovenplaat uit Colmar, Frankrijk
Auf Elias Wort Öhl, Mehl sich reichlich mehrt. Der Witfrauen Sohn vom Tot zum Leben kehrt. Ovenplaat uit Colmar, Frankrijk